De roeping van Abram

Genesis 12

21
nov

Genesis 12

In Gen. 11: 31 zagen we hoe Terach Abram, Lot en Sarai meenam om naar Kanaän te trekken. Calvijn verklaard dat eigenlijk Abram geroepen werd en dat hij dus de feitelijke leider zou zijn, maar omdat zijn vader nog leefde, stond hij onder diens gezag, dus zou Terach hier als leider zijn benoemd. Ik heb daar zo mijn twijfels over, want waarom staat er dan in Gen. 12:1 dat Abram door God geroepen werd om naar Kanaän te trekken?

Is het niet mogelijk dat de Here ook Terach had geroepen, maar dat Terach ongehoorzaam was? Of dat het eigen initiatief van Terach was, of dat hij geroepen werd zonder dat hij het door had? We weten uit hoofdstuk 11 niet hoe de leefomstandigheden waren, maar we zien in de hele geschiedenis van de mensheid dat er altijd mensen zijn geweest die op zoek gingen naar een beter leven elders. Ook in eerdere hoofdstukken van Genesis zien we dat mensen wegtrekken van hun geboorteplaats en zich elders vestigen. Dat is ook de opdracht uit Gen. 1:28.

Ze kwamen in ieder geval niet verder dan Haran in Mesopotamië en bleven daar wonen. Tegenwoordig is Haran een belangrijke archeologische vindplaats in het zuiden van Turkije. Een stad met geschiedenis, die door Abram, als hij geroepen wordt, verlaten wordt om naar Kanaän te trekken. In Gen. 12:3 krijgt Abram een prachtige belofte voor de hele wereld. Later zien we ook dat het heil uit de Joden kwam en ook in de toekomst zal het volk tot zegen voor de hele wereld zijn. Feitelijk zijn zij dat nu al.

Israël, even een zijweggetje…

Israël is een technologisch vooruitstrevend land, waar de rest van de wereld van mee profiteert. Veel medische technieken zijn de laatste decennia in Israël ontwikkeld, maar ook computerbeveiliging, besturingssystemen en apps die wij dagelijks gebruiken kennen van oorsprong een Israëlische achtergrond. Ook op het gebied van landbouw en wapentechnologie kent het land een aantal vooruitstrevende ontwikkelingen.

De laatste industrie is helaas gedwongen vooruitstrevend omdat Israël nog steeds in een constant sluimerende en af en toe oplaaiende staat van oorlog leeft met bijna alle omringende landen en gebieden.

Maar deze zegeningen houdt Israël niet alleen voor zichzelf, maar exporteert haar vindingen en ontwikkelingen over de hele wereld. Onze gezondheidszorg zou niet op het huidige niveau staan zonder Israël. En ook in de geschiedenis zien we hoe het volk, ook al woonde men niet in Israël, veel voor de wereld betekende. Stille getuige zijn de vele Nobelprijzen die op naam van Joodse naam staan.

Terug naar Abram

In Gen. 12:5 komt de geroepen Abram aan in het land Kanaän. In Sichem bouwde Abram een altaar voor de Here. Het is niet precies bekend waar Sichem heeft gelegen. Lange tijd dacht men dat het huidige plaats Nablus zou zijn, maar recentere archeologische opgravingen duiden op een plaats 2 kilometer van Nablus vandaan, maar nog steeds in de buurt dus. Bij Sichem verschijnt de Here aan Abram en beloofde dit land aan Abram’s nageslacht. Ondanks dat Abram een altaar bouwde voor de Here, trok hij toch verder naar het Zuiderland, in sommige vertalingen omschreven als ‘richting de Negev’.

Egypte

Hongersnood dwingt Abram door te reizen naar Egypte. Blijkbaar hebben de Egyptenaren nogal een reputatie, want Abram zegt tegen Sarai dat zij moet zeggen dat zij Abram’s zus is, omdat hij bang is ze hem zullen doden (Gen. 12:13) om haar te nemen. Vaak lezen we hier nogal makkelijk overheen, maar hoe zit het dan met Gen. 12:7?

God deed Abram de belofte dat het land aan Abram’s nageslacht zou worden gegeven, maar nu hij naar Egypte moet vluchten is hij bang dat hij vermoord gaat worden. Was hij God’s belofte dan vergeten? Als Abram in Egypte vermoord zou worden, zou hij helemaal geen nageslacht krijgen en zou de belofte van God waardeloos zijn geweest.

Het mooie van de Bijbel vind ik onder meer dat je de menselijke overwegingen ziet die mensen hebben. In dit geval krijgt Abram een belofte van God die impliciet inhoudt dat hij niet vermoord kan worden, maar toch redeneert Abram zelf anders en ziet op het menselijke weten en de reputatie die de Egyptenaren blijkbaar hadden.

Farao laat de mooie Sarai inderdaad naar zijn paleis halen en overlaadt Abram met cadeaus. Schapen, runderen, ezels, slaven, slavinnen, ezelinnen en kamelen worden allemaal met een rode strik er om naar Abram verstuurd. Maar ondanks dit schijnbare goede gedrag van farao, is God er niet blij mee, en laat dat aan farao merken door plagen te sturen. Hoe farao tot de conclusie komt dat het met Sarai te maken heeft wordt niet duidelijk, maar de link legt hij duidelijk wel.

En hij trekt ook een eerlijke conclusie: Zij was de vrouw van een ander en behoort hem niet toe. Hij is boos op Abram: ‘Wat heb je me aan gedaan?  Waarom heb je niet gezegd dat zij jouw vrouw was? Waarom heb je gezegd dat het je zus was, zodat ik haar tot vrouw heb genomen?’

Foutje, bedankt!

Dit is ook wel opmerkelijk. We weten dat God niet blij is met liegen. Het heeft naar Hem toe ook geen zin, want Hij weet toch alles, maar Abram liegt hier en laat ook zijn vrouw (en eigenlijk iedereen om hen heen!) liegen door te zeggen dat Sarai zijn zus was. Toch wordt dat door God niet bestraft, want Abram wordt door farao rijkelijk beloond. Zo rijk dat in Gen. 13:2 staat dat hij “zeer rijk” was.

Ik ga me niet laten verleiden om te proberen om een reden te vinden waarom liegen hier door God blijkbaar niet wordt aangerekend, of dat althans niet beschreven staat. Misschien had het voor Abram wel consequenties, hij moet zich toch op zijn minst heel  ongemakkelijk en beroerd hebben gevoeld, al die nachten dat hij wist dat zijn vrouw, van wie hij hopelijk zielsveel hield, bij een andere man in bed lag.

Een antwoord heb ik niet, en het blijft me ook wel verbazen. Abram maakt een foutje, maar wordt bedankt met grote rijkdom. En natuurlijk, dit is erg oppervlakkig geredeneerd! Als ik me in de schoenen van Abram verplaats zouden die cadeaus van farao het alleen maar ongemakkelijker maken. Voelen alsof je je vrouw ‘verkoopt’ vanwege haar schoonheid.

En wat had Abram gedacht te doen als de hongersnood over zou zijn? Zou hij dan naar farao zijn gestapt en hebben gezegd dat hij zijn zus kwam halen en mee zou nemen naar Kanaän? Farao zou hem toch uit hebben gelachen, want het was inmiddels de vrouw van farao. Dan had Abram dus een levensgroot probleem gehad, dus hij mag God wel dankbaar zijn dat Hij er voor heeft gezorgd dat de waarheid boven tafel kwam en dat farao Abram met zijn hele hebben en houden het land uit knikkerde! Anders was hij zijn vrouw de rest van zijn leven echt kwijt geweest!

Eerste uittocht

In Gen. 12:19 en 20 zien we die eerste uittocht. Farao is Abram en zijn gevolg, als gevolg van de plagen, zat en laat hem het land uitzetten onder begeleiding. Er staat letterlijk dat enkele mannen hem uitgeleide deden. Ze wilden blijkbaar zeker weten dat de bron van de plagen ook daadwerkelijk vertrok.

Lot zijn we in dit hele hoofdstuk bijna niet tegen gekomen, maar uit Gen. 13:1 blijkt straks dat Lot er ook bij was en met Abram mee naar het Zuiderland trok.

Voor vandaag

Voor mij zitten er drie belangrijke lessen in dit hoofdstuk

  1. Als God je een zo duidelijke belofte geeft als Hij Abram gaf, vertrouw dan op Hem, no matter what! Gods beloften zijn “ja en amen” zeggen we weleens, maar we zien hier dat dat bij Abram toch wat anders werkte. En van Abraham wordt nog steeds gezegd dat zijn geloof groot was. Wie zijn wij dan om te denken dat wij het beter gedaan zouden hebben?
  2. Als wij fouten maken, en het is toch wel een behoorlijke miskleun om je vrouw feitelijk weg te geven, is God nog steeds in staat om met de kromme stok die wij Hem hebben bezorgd, een rechte slag te slaan!
    En in Zijn genade worden we nog overstelpt met zegeningen ook, ook al hebben die voor Abram op dat moment waarschijnlijk en hopelijk anders gevoeld!
  3. Abram was geroepen om naar Kanaän te gaan. Hongersnood lijkt me een geldige reden om verder te kijken, maar we zien toch dat God de geroepen Abram uiteindelijk terug roept naar Zijn roeping en eigenlijk alle menselijke argumenten van Abram aan de kant schuift. Abram zelfs nog helpt!

Per saldo zien we weer de trouw van God tegenover de ontrouw en het ongeloof van de mens!

Leave a comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *