De zondvloed aangekondigd

Genesis 6

28
aug

Genesis 6

Genesis 6 wordt in de NBG in twee delen op gesplitst. Die indeling zal ik hier ook aanhouden. Het eerste deel, Het huwelijk der zonen Gods, hoor je eigenlijk niet veel over, maar het is wel de aanleiding tot het tweede deel, De zondvloed, en geeft summier ook wel degelijk interessante informatie. Eigenlijk zou hier, zeker gezien de recente archeologisch ontdekkingen, eens wat vaker over gepreekt moeten worden!

Inleiding

Een interessant gegeven als je nadenkt over Noach is altijd de uitspraak van de Here Jezus in Mt. 24:37:

Want zoals het was in de dagen van Noach, zo zal de komst van de Zoon des mensen zijn.

De laatste dagen van onze geschiedenis, zullen dus dezelfde kenmerken in zich dragen als de dagen van Noach. De hoofdstukken Genesis 6 en verder zijn dus ook voor onze dagen van groot belang en daar zal ik ook zeker nog op terugkomen. Ik zal er niet steeds expliciet op wijzen, dat is ook zo vervelend, maar denk bij de beschrijvingen van de situatie op aarde destijds ook eens aan onze tijd en denk er eens over na of er parallellen te vinden zijn.

Het huwelijk der zonen Gods

Eén van de bronnen die ik gebruik voor mijn Bijbelstudies is een oude Bijbel van mijn vrouw. Zij heeft diverse aantekeningen in de kantlijn staan van oudere predikers, en bij de uitdrukking “zonen Gods” heeft zij de aantekening “gevallen engelen” geplaatst. In andere uitleggingen kan daar niet direct iets over vinden. Dächsel legt het anders uit, namelijk dat door de grote groei van het Kaïnitische geslacht, de zonde ook toeneemt, en dat ook de nakomelingen van Set zich mee lieten slepen in de zondige leefstijl door de huwelijken met de dochters van de Kaïnieten.

In Gen. 6:4 wordt echter gesproken over “reuzen”, de Nefilim. De verklaring van Dächsel geeft geen verklaring voor het ontstaan van deze reuzen, maar recente archeologische vondsten wijzen wel degelijk op het letterlijke bestaan van deze reuzen. Vanuit de occulte wereld is bekend dat demonen gemeenschap kunnen hebben met mensen, en we hebben eigenlijk geen idee (meer) wat de gevolgen daarvan zouden zijn.

We kennen, en erkennen dwerggroei als feit, dus waarom zouden er andersom geen reuzen kunnen bestaan? De Bijbel spreekt ook niet over hoe groot deze “reuzen” waren, maar een simpele blik op recenter geschiedenis laat zien dat reuzen nog steeds voorkomen!

De grootste man van de moderne tijd was de Amerikaan Robert Wadlow die in 1940 stierf: liefst 2,72 meter. De grootste vrouw van de moderne tijd was de Nederlandse Trijntje Kever uit Edam die in 1633 stierf: 2,54 meter. Toch waren ze niet de bekendste grote mens. Die ‘eer’ is misschien wel weggelegd voor Goliath van David, voor zover hij werkelijk bestaan heeft. David leefde rond 1.000 vóór het begin van de westerse jaartelling en was de tweede koning van Israël en voorouder van Christus. Hij heeft Goliath, de vechtmachine van de Filistijnen, die volgens een antieke bron 2,85 meter groot was, in een tweegevecht verslagen.
Bron: Historiek

En laten we eerlijk zijn… Voor mij zou iemand van 2,54 meter al in de categorie “reus” vallen. Diegene is namelijk maar liefst ruim 80 centimeter groter. Dus over de 2,85 meter van Goliath wil ik al niet eens serieus meer nadenken dat die met als zijn boosaardigheid tegenover me zou staan. (slik)

Ook Weet Magazine heeft weleens wat over reuzen geschreven, maar in mijn herinnering staat er in het blad zelf veel meer over dan op de website.

Een argument dat het om bovennatuurlijke schepselen zou gaan vind ik in Gen, 6:2:

zij namen zich daaruit vrouwen, wie zij maar verkozen.

Dat klinkt niet normaal voor mensen, en zou ook een aanwijzing kunnen zijn dat er sprake was van polygamie. Omdat de conclusie voor de hand ligt dat dit gedrag door God niet goed zou worden gekeurd, is het aannemelijk dat het dan om gevallen engelen zou gaan, maar dat staat niet letterlijk in deze tekst!

De zondvloed

Dit is een lang hoofdstuk in de NBG en loopt van Gen. 6:5 tot en met Gen. 9:7, dus ga ik in meerdere dagen behandelen.

In Gen. 6:5 begint het met de simpele opmerking dat God zag dat de boosheid van de mensen uit de klauwen begon te lopen. Maar eigenlijk staat daar al  iets over in Gen. 6:3:

En de HERE zeide: Mijn Geest zal niet altoos in de mens blijven, nu zij zich misgaan hebben; hij is vlees; zijn dagen zullen honderd twintig jaar zijn.

Eigenlijk staan hier twee opmerkelijke feiten heel dicht bij elkaar! De Geest des Heren was blijkbaar in de mens, maar toch zondigden zij. Later zien we in het Oude Verbond dat de Geest des Heren, de Heilige Geest inderdaad niet altijd in de mens is, dat komt pas weer nadat Jezus voor onze zonden betaald heeft. Hier zien we dus een duidelijke aanwijzing dat je ook met de Heilige Geest in je, kunt zondigen. De mens blijft de baas!

Een tweede punt is dat de leeftijd van de mens hier beperkt wordt tot 120 jaar. Een opmerkelijk getal, want het is nog steeds de maximale leeftijd die het menselijk lichaam zou kunnen bereiken. Peter Scheele heeft hier in zijn boek Degeneratie een mooie uitleg over gegeven.

De Here had spijt van Zijn beslissing om de mens te maken. Zoals een dominee het ooit zei

Het is maar goed dat ik God niet ben. Ik had de boel allang onder geschoffeld en was opnieuw begonnen

Ik weet niet meer wie het was, maar deze uitdrukking is mij altijd bij gebleven. Misschien wel omdat ik toen net tot levend geloof was gekomen.

De geschiedenis van Noach

Noach vond genade in de ogen des Heren. Dat betekent niet dat Noach zonder zonde was, maar

Noach was onder zijn tijdgenoten een rechtvaardig en onberispelijk man; Noach wandelde met God

David werd een man naar Gods hart genoemd, terwijl hij behoorlijk scoorde in de competitie der zonden. Jezus zegt dat er niet één goed is, dan God alleen. En als je geen zonde hebt, heb je toch ook geen genade nodig?

Ik hoor jullie gedachten hier ook graag over, want misschien denk ik wel helemaal verkeerd!

Zoals we al eerder lazen zijn de drie zonen van Noach, Sem Cham en Jafet, van belang voor de verdere geschiedenis. Noach was toen inmiddels 500 jaar oud!

De aarde was een puinhoop, want “al wat leeft had zijn weg op aarde verdorven”. (Gen. 6:12)

God was het helemaal zat, en zei tegen Noach dat Hij ‘de boel onder ging schoffelen en opnieuw zou beginnen’. God legt de verantwoordelijkheid ook duidelijk bij de mens, want “door hun schuld” en “Ik ga hen” (Gen. 6:13).

Sommige christenen wijzen altijd maar op de duivel en proberen hem de schuld van alles te geven, maar dat kom ik in de Bijbel eigenlijk nergens tegen (of ik heb er over heen gelezen, dus bij deze weer een uitnodiging om te reageren). De Bijbel legt de verantwoordelijkheid steeds weer bij de falende mens neer, en laten we eerlijk zijn: Wij zijn ook degenen die verloren kunnen gaan. De duivel is al reddeloos verloren, maar niemand kan hem straks de schuld geven als hij in de hel komt!

Dus ja, dit is een oproep om je eigen verantwoordelijkheid te nemen en dagelijks je zonden te belijden bij de Here! (Denk aan de uitleg van de voetwassing die Jezus bij het Laatste Avondmaal deed!)

Vanaf Gen. 6:14 volgt er een complete bouwbeschrijving over hoe de Ark in elkaar gezet moet worden. Eén van de punten waar critici over vallen is de opmerking dat er “pek” gebruikt moest worden. Volgens hen bestond dat toen helemaal nog niet. Van dit onderwerp weet ik zeker dat Weet Magazine uit heeft gelegd dat dat wel degelijk wel het geval was, maar helaas staat er niets over op de website.

De Ark moest zowel van binnen als van buiten met pek worden bestreken. Een megaklus! Een reken er op dat Noach dat zorgvuldig deed. Zijn leven, en dat van zijn vrouw en kinderen, hing er van af! Daar ga je dus niet lichtvaardig mee om. Eigenlijk zouden we nooit lichtvaardig om moeten gaan met iets wat de Here zegt. Alles wat we doen moeten we doen alsof we het voor de Here doen! Dus we moeten altijd perfectie nastreven zonder te vervallen in perfectionisme, maar hoe vaak ligt de lat van de wereld vele malen hoger dan die in het christendom waar we nog banger zijn om op tenen te gaan staan dan de politiek correcte wereld.

Alle dieren gezellig in de Ark?

Een ander bekend kritiekpunt is dat niet alle dieren die we nu kennen in de Ark zouden passen. Maar dat staat ook niet in de Bijbel. Men beroept zich dan op Gen. 6:19 waar staat “En van al wat leeft”, maar dat wordt ook gelijk genuanceerd met “van alle vlees”.

In vers 20 wordt het nog verder gespecificeerd:

Van het gevogelte naar zijn aard en van het vee naar zijn aard, van al het kruipend gedierte van de aardbodem naar zijn aard, van alles zal een paar tot u komen om het in het leven te behouden.

Vissen en waterdieren horen hier dus al niet bij! Daarnaast wordt gesproken over “naar zijn aard”. Dus niet alle ondersoorten, rassen, typen, en dergelijke die wij nu kennen waren op de Ark aanwezig. Alle honden zijn micro-evolutionistische variaties op de wolf, dus een mannetjes en een vrouwtjes wolf waren voldoende om de variëteit die wij nu kennen te realiseren. En dat geldt voor alle dieren.

“En de dino’s dan?”, hoor ik u denken. Dinosauriërs zijn koudbloedige dieren. Zij hebben als eigenschap dat zij hun hele leven blijven groeien, dus een T-Rex die net uit zijn ei was, past zonder enige probleem op de Ark omdat hij dan niet groter is dan de berekende gemiddelde grootte van alle dieren op de Ark.

Voedsel

Het gaat te ver om hier alle berekeningen en onderbouwingen te laten zien, maar op de Ark was meer dan voldoende ruimte voor voedsel voor alle dieren voor een jaar. We weten op basis van dit Bijbelgedeelte niet hoe lang Noach aan het bouwen is geweest, maar hij was 600 toen de zondvloed kwam, dus dat kan maximaal 100 jaar geweest zijn, laten we aannemen 80. Dan had hij dus 80 jaar de tijd om voldoende voedsel te verzamelen voor één jaar. Ik ben geen landbouwer, maar dat moet lukken!

Gehoorzaamheid

Gen. 6:22 is weer zo’n mooi, eenvoudig vers zonder enige poespas:

En Noach deed het; geheel zoals God het hem geboden had, deed hij.

Als je dan doorleest naar Gen. 7:1, dan besef je opeens dat in dit vers een periode van tientallen jaren besloten ligt. Noach moest de Ark bouwen, voedsel verzamelen, hij zal ongetwijfeld gesprekken hebben gehad met mensen uit de buurt. Het “normale” leven ging gewoon door. Later lezen we in de Bijbel dat Noach uit werd gelachen door zijn tijdgenoten omdat hij de Ark op het droge aan het bouwen was. Dat moet voor hem natuurlijk een extra last geweest zijn, maar hij bleef al die tijd op de Here vertrouwen!

Hoe vaak trekken wij de opdrachten van God in ons eigen leven niet in twijfel? Wie van ons zou zo’n groot geloof hebben dat hij 80 of meer jaar aan een boot gaat bouwen, terwijl er geen enkel zichtbaar teken is dat er water aan komt? Wie van ons zou de spot en hoon van onze tijdgenoten kunnen verdragen en gehoorzaam blijven?

Hoe vaak beperken wij God niet in Zijn opdrachten voor ons leven? Spannen we eigenlijk God niet voor ons karretje in plaats van dat we onszelf door Hem laten leiden? O Here, geef mij een leuk vent (of vrouw) en een goede baan! Maar wat nu als de Here een roeping voor zending op je leven heeft? Is die goede baan, met dito leasebak, huurverplichting, rente en aflossing en je kinderen naar de crèche, wel Gods doel in ons westerse leven? Of hebben wij Hem aangepast, ingeperkt aan ons beperkte denken en wereldgelijkvormigheid?

Overdenkingsvragen

  1. Hoe heb ik God beperkt of ingeperkt naar mijn idee over hoe dingen zouden moeten lopen? Over de baan die ik wil, het leven dat ik wil, waar ik wil wonen, de vrouw die ik wil trouwen, de auto die ik wil rijden, noem maar op.
    Krijgt God ook de ruimte om andere opties kenbaar te maken, of heb je je daar op voorhand al voor afgesloten?
  2. Kun je je voorstellen dat je zo gehoorzaam bent aan God dat je 80 jaar hoon en spot zou willen verduren en toch Zijn opdracht op zou willen voeren?
    Een prediker heeft weleens gezegd dat profeten een eenzaam bestaan leiden en niet geaccepteerd worden. Dat zie je inderdaad vaak in de Bijbel. Hoe denk je dan over de hedendaagse verering van bijna iedereen die zichzelf “profeet” noemt?
  3. Wat voor soort hoofdstuk is dit? Bijvoorbeeld: poëtisch, historisch, getuigend, lerend, enz.

  4. Wat zegt dit hoofdstuk mij voor vandaag? Of is het specifiek voor een andere doelgroep geschreven?
  5. Wat leert dit hoofdstuk over Jezus?
  6. Wat zou ik naar aanleiding van dit hoofdstuk in mijn leven moeten veranderen?

Leave a comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *