De Bijbel zoals wij die nu kennen is niet helemaal chronologisch. Dat is logisch omdat de boeken per boek gepubliceerd staan.
Het boek Job wordt tussen Genesis 11 en 12 geplaatst omdat de geschiedenis zich waarschijnlijk afspeelt in de tijd van patriarchen, de tijd tussen Noach en Abraham. Er zijn sterke aanwijzingen dat Job een tijdgenoot van hen was.
- Na zijn beproeving leefde Job nog 140 jaar, wat past bij de hoge leeftijden van Genesis 11.
- Zijn rijkdom wordt gemeten in vee en slaven, vergelijkbaar met Abraham
- Job trad op als een priester voor zijn gezin, wat gebruikelijk was voor de instelling van de Levitische priesterorde
- De genoemde plaatsen en volkeren, zoals de Chaldeeën en Sabeeërs, passen in de vroege Midden-Oosterse context.
Maar er zijn meer details:
- In Job 42:11 wordt gesproken over een kesitah, een gewichtseenheid die alleen in de tijd van de aartsvaders werd gebruikt (Genesis 33:19)
- De genoemde muziekinstrumenten, trommel, harp, fluit, komen overeen met de vroege Genesis-periode
- In Job staan geen verwijzingen naar de Wet van Mozes, de Tien Geboden, de tabernakel, of de uittocht uit Egypte. Dit suggereert dat de geschiedenis zich afspeelde voordat deze gebeurtenissen plaatsvonden
- Job gebruikt vaak de de naam El Shaddai als Naam van God, wat de Almachtige betekent. Dit is de naam waarmee God Zich aan Abraham, Isaak en Jakob openbaarde voordat de naam JHWGH centraal kwam te staan.
Ook de locatie van het land Uz is een aanwijzing.

Het land Uz zou ergens in de buurt van Edom of in het gebied van Edom hebben gelegen. Hier zijn in ieder geval de meeste aanwijzingen voor zoals Klaagliederen 4:21, het gebied ten zuidoosten van de Dode Zee, het huidige Jordanië/Noord-Arabië.
Aanwijzingen voor deze plek:
- In Job 1 lezen we dat de Sabeërs (uit het zuiden/Jemen) en de Chaldeeën (uit het oosten/Mesopotamië) zijn vee stalen. Uz moet dus op een kruispunt van deze nomadenstammen hebben gelegen.
- Job’s vriend Eliphaz kwam uit Teman, een bekende stad in Edom
- Job wordt omschreven als de rijkste van “alle mensen van het Oosten” (Bene-Qedem). Dit was een verzamelnaam voor de stammen in de woestijngebieden ten oosten van de Jordaan en de Dode Zee.
Job ligt tussen Genesis 11 en Genesis 12, de overgang van de “oergeschiedenis” naar de aartsvaders. Door Job hier te lezen krijgen we een uniek kijkje in hoe mensen in die periode God dienden, voordat er sprake was van het volk Israël, de wet van Mozes of de eerste tempel.

Nog geen reacties