Strijd en zegen

Genesis 14

25
nov

Genesis 14

Strijd en zegen. Vandaag weer een hoofdstuk waarin we namen lezen die ons eigenlijk niet veel zeggen. Dit keer ga ik ze niet allemaal benoemen, omdat volgens mij de betekenissen van de namen van ondergeschikt belang zijn. Ook blijken de termen die wij tegenwoordig gebruiken destijds een iets andere betekenis, of meerdere betekenissen, te kunnen hebben.

Strijd en zegen gaan vaak hand in hand. Bekende termen als “No pain, no gain” en “No nuts, no glory” geven dat ook aan. Laten we eerst naar de strijd kijken, en daarna naar de zegen. Dat is ook de volgorde in dit hoofdstuk. En Abram wijst een opmerkelijke zegen van de hand!

In Gen. 14:1 en Gen. 14:2 worden diverse koningen genoemd, maar ook in combinatie met stadsnamen. In die tijd hadden steden dus al koningen, en de betekenis dat een koning een heerser over een heel land is, is pas veel later gekomen. Tegenwoordig zien we overigens dat in veel landen de titel koning niet veel meer is dan een ceremoniële en dat koningen steeds minder feitelijke macht hebben.

Strijd

De hier beschreven strijd staat ook wel bekend als de “Battle of the nine kings”, of “The slaughter of Chedorlaomer”. De strijd vond plaats in het Siddimdal en beschrijft de strijd van de steden van de vlakten van de Jordaan tegen de Mesopotamische overheersing. Uiteraard zijn “wetenschappers” het ook op dit punt niet eens of deze strijd echt plaats heeft gevonden, maar omdat recente archeologische ontdekking steeds vaker de Bijbelse gebeurtenissen als authentiek bevestigen, mogen we er ook in dit geval van uit gaan dat het hier om een historische gebeurtenis gaat.

In deze strijd stonden de volgende partijen tegenover elkaar in de strijd van de vijf steden van de vlakte tegen vier Mesopotamische koninkrijken:

 

Vijf steden Leider Koninkrijk Leider
Sodom Koning Bera Elam Koning Kedorlaomer
Gomorra Koning Birsha Sinear Koning Amrafel
Adma Koning Sinab Ellasar Koning Arjok
Seboim Koning Semeber volken (Goyim) Koning Tidal
Bela Koning Soar
Neutraal Abram 318 elitestrijders

Na twaalf jaar dienen van de Kedorlaomer (Gen. 14:4) vonden ze het welletjes en in het dertiende jaar kwam men in opstand. De reactie liet nog wel even op zich wachten, want volgens de beschrijving kwam Kedorlaomer pas in het veertiende jaar, samen met de koningen die bij hem waren, met een tegenreactie. Communicatie duurde toen blijkbaar toch wat langer dan tegenwoordig.

In Gen 14:5 – Gen. 14:7 wordt beschreven hoe zij terugslaan, voordat de “Strijd van de negen koningen” ontstaat. Na de acties van de troepen van Kedorlaomer komen de “vijf steden” pas in actie en smeden een bondgenootschap om terug te slaan.

Het wordt persoonlijk

Waar de strijd die hem zegen oplevert persoonlijk wordt is in Gen. 14:12. De koningen van Sodom en Gomorra moeten vluchten, maar omdat het Siddimdal vol asfaltputten zat, vielen zij daar in en degenen die wel de vallei uitkwamen vluchtten de bergen in. Zoals gebruikelijk werden alle goederen van Sodom en Gomorra door de overwinnaars buitgemaakt, en de achtergeblevenen gevangen. Onder hen was ook Lot, de neef van Abram, die in Sodom woonde.

Zoals bij elke strijd waren er ook dit keer mensen die ontkwamen en één van hen kwam bij Abram om te vertellen dat zijn neef gevangen was genomen. (Gen. 14:13). Abram woont nog steeds bij de terebinten van de Amoriet Mamre. (Gen. 13:18)

Nu ik dit hele stuk type komen gedachten aan diverse televisieseries voorbij. Het is nog steeds een gangbaar concept wat de mens aanspreekt: De strijd tussen ‘goed en kwaad’, vervolgens raakt er een familielid onbedoeld betrokken, dan wordt het persoonlijk en komt de held van het verhaal in actie en neemt wraak voor dat familielid of bevrijdt diegene.

In Gen. 14:14 lezen we hoe Abram zijn elitetroepen, 318 man sterk, in gereedheid brengt en de vijand achtervolgt “tot Dan toe”. Wat hier in één vers, een beetje terloops, genoemd wordt, zou voor de gemiddelde scriptschrijver voldoende zijn om een 2 uur durende film van te maken, of voor een romanschrijver om een hele roman over te schrijven.

In Gen. 14:15 staat een volgende film beschreven. Zij verdeelden zich in troepen en onder dekking van de nacht versloegen zij de vijand en als die vlucht achtervolgen zij hem tot Choba, ten noorden van Damascus. Abram brengt Lot en alles wat van Lot is, terug.

Locatie

Dan tot DamascusDe laatste beschrijving deed mij afvragen waar deze strijd plaats vond. Omdat in Gen. 14:3 de naam “Zoutzee” vermeld staat, ging ik uit van de Dode Zee. Dat wordt door diverse bronnen bevestigd, en sommige lokaliseren het Siddimdal vanwege de beschrijving van de vele asfaltputten, ten zuiden van de Dode Zee. De naam Siddim vertoont ook wel overeenkomst met Sodom, maar die link kwam ik nergens tegen.

Dan ligt al behoorlijk wat noorderlijker dan het Siddimdal, namelijk in het noorden van Israël. Er zit waarschijnlijk dus wel wat tijd tussen de gevangenneming van Lot en het moment dat Abram het hoort.

De afstanden zijn niet bijzonder groot, maar toch.

Siddimdal – Dan is ca. 215 kilometer hemelsbreed.

Dan – Damascus is ca. 70 kilometer hemelsbreed.

Uiteraard hoeft de achtervolging van Dan naar Choba (boven Damascus) niet in één nacht te zijn gebeurd, ze kunnen de achtervolging overdag natuurlijk gewoon door hebben gezet.

Maar als je alles op een rijtje zet, dan gebeurd hier in een paar verzen eigenlijk wel heel erg veel! Er wordt een strijd beschreven die zich uitstrekt over de helft van het huidige Israël (in een tijd zonder auto’s!) en tot boven Damascus.

Zegen

Na de strijd komt de zegen in Gen. 14:18 waar Melchisedek voor het eerst voor in de Bijbel voorkomt. Velen zullen wel weten dat er in het Nieuwe Testament een vergelijk wordt gemaakt tussen Jezus en Melchisedek. Hier staat eenvoudig dat hij “koning van Salem” was, brood en wijn bracht, en – o ja – “hij nu was een priester van God, de Allerhoogste.” Weer een beetje een nonchalant overkomende opmerking, maar wel één met diepgaande betekenis, want je wordt niet zo maar vergeleken met Jezus!

Melchisedek zegent Abram, geeft God alle eer (Gen. 14:20) en Abram gaf “de tienden” aan Melchisedek. Het geven van tienden aan priesters was destijds dus al gebruikelijk.

En opeens is de koning van Sodom er weer. In Gen. 14:10 zien we hoe de koning van Sodom in de asfaltputten viel, dus het is mij niet helemaal duidelijk of dit dezelfde persoon is, of zijn opvolger. Er zal ook destijds ongetwijfeld iets geregeld zijn geweest voor de troonopvolging. Deze koning wil Abram bedanken voor de strijd en een zegen mee geven. Abram reageert waarschijnlijk niet zoals verwacht.

Deze koning wil van Abram graag zijn mensen terug, maar de spullen mag Abram houden. En dan zegt Abram is heel verstandigs:

Ik zweer bij de HERE, bij God, de Allerhoogste, de Schepper van hemel en aarde: Zelfs geen draad of schoenriem, ja niets van het uwe zal ik nemen, opdat gij niet kunt zeggen: Ik heb Abram rijk gemaakt! (Gen. 14:22, 23)

Abram wil niet dat deze koning later zal kunnen pochen dat hij degene is geweest die Abram rijk heeft gemaakt en Abram ontneemt hem direct de mogelijkheid daartoe. Enige wat hij vraagt is hetgeen de knechten hebben gebruikt, en hij pleit er voor dat de mannen die met hem mee zijn gegaan wel hun deel krijgen (Gen. 14:24)

God alleen de eer!

Abram wil dus dat God, en Hij alleen de eer kan krijgen van de zegen die Abram ten deel viel. Geen mensen, geen mensenverering, en vaak is het dan ook maar beter om die mogelijkheid gelijk af te kappen. Zowel ter bescherming van jezelf als van die mensen! Abram beschermt dus zowel de eer van God, als de reputatie van de koning van Sodom.

Bedenk ook even dat over de inwoners van Sodom geschreven werd

De mannen van Sodom nu waren zeer slecht en zondig tegenover de HERE.
(Gen. 13:13)

Dat zal voor Abram ongetwijfeld een extra motivatie zijn geweest om er voor te zorgen dat de eer van zijn Heer niet bezoedeld werd door deze in zonde levende koning. We mogen toch wel concluderen dat als de mannen van Sodom “zeer slecht en zondig tegenover de Here” waren, hun leiders niet het goede voorbeeld gaven? We zien dat tegenwoordig toch ook? Enerzijds buigt de politiek mee met de vervagende normen en waarden van het volk, maar anderzijds promoot de overheid ook de zonde en stimuleert zij het “zeer slecht” leven van haar onderdanen. Zou dat destijds anders zijn geweest?

We zien de hele Bijbel door dat verandering uiteindelijk bij de leiders vandaan moet komen. De leiders worden soms wel vanuit de onderste lagen van de bevolking aangesteld (David was schaapsherder!) maar het zijn de leiders die bepalen of afgoden aanbeden worden, die altaren bouwen of afgodenaltaren omver werpen. Dus de daden van de leiders worden net zo zwaar aangerekend als die van het hele volk.

Abram beschermt dus zichzelf en zijn Heer door geen geschenken aan te nemen van deze zondige “koning”, die er later oorzaak van zal zijn dat zijn hele stad verwoest gaat worden (Genesis 19)

Voor vandaag

De les die ik er vandaag voor vandaag uit haal, is weer heiliging. Het belangrijkste gedeelte is wat mij betreft de afwijzing van Abram naar de koning van Sodom toe, die Abram na de strijd op zijn manier zegen wil geven. Neem geen cadeau’s aan van zondige koningen die zichzelf daarmee later op de borst kunnen slaan en kunnen zeggen dat zij de oorzaak zouden zijn van jouw rijkdom. Waarbij rijkdom wat mij betreft breed opgevat kan worden. Dus denk ook aan carrière, en eigenlijk alles waarover mensen kunnen pochen bij anderen. Persoonlijk vindt ik het moeilijk om voorbeelden te vinden, maar eigenlijk moet elke “kruiwagen” met de nodige argwaan bekeken worden, en we moeten dagelijks beseffen dat onze afhankelijkheid van God groter is!

Misschien wil God wel dat je een keer “nee” zegt tegen een mooi uitziend aanbod. Verplaats je even in de schoenen van Abram. Hoe mooi was het aanbod van de koning van Sodom niet? Alle have en goed van Sodom, behalve de mensen. De koning zal ongetwijfeld bedacht hebben dat hij met de mensen ook wel weer rijkdom zou kunnen vergaren, maar dan had hij ook tegenover iedereen op kunnen scheppen dat Abram door hem zo rijk was geworden. Een mooie marketingtruc, want dat zou bij anderen ongetwijfeld vertrouwen hebben gewekt. Zo werkt het toch nog steeds?

Dus nogmaals: Beschouw ieder mooi aanbod met de nodige argwaan. Kan dit op de een of andere manier God schade brengen? Kan het iemand met onzuivere bedoelingen verhogen? En wees sowieso op je hoede als het “te mooi is om waar te zijn”, want dan is het dat ook meestal niet! Ook dat zien we steeds weer!

Voor morgen

Het is goed om te beseffen dat de oorspronkelijke Schrift geen indeling in hoofdstukken en verzen kent, want eigenlijk gaat Genesis 15 naadloos verder waar Gen. 14 stop. In Genesis 15 zien we de reactie van de Here op de daad van Abram.

Bronvermeldingen: Afbeelding boven is een deel van een ets uit 1613 gemaakt door Antonio Tempesta, die hangt in de “National Gallery of Art” in Washington D.C..

Een ander artikel over Genesis 14.

Leave a comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *