Jakob steelt weer een zegen

Genesis 27

05
apr

Genesis 27

Jakob steelt weer een zegen. Het gezegde “Eens een dief, altijd een dief” lijkt wel van toepassing, maar Jakob krijgt bij het stelen van deze zegen hulp uit onverwachte hoek!

Izak is oud en zijn ogen laten hem in de steek. Hij weet dat hij niet lang meer heeft, en roept Esau bij zich. Hij wil nog één keer genieten van de heerlijke wildbraad die zijn zoon maakt. En omdat het de oudste zoon is, wil hij hem de “vaderlijke zegen” geven voor hij sterft.

Esau trekt het veld in en gaat op jacht, maar…

Rebekka heeft het gesprek gehoord, en wil dat haar lieveling, Jakob, de zegen krijgt, dus zij verzint een list. Jakob sputtert eerst nog even tegen, maar laat zich uiteindelijk overhalen door zijn moeder en haalt twee geitebokjes (Gen. 27:9, 14) en zijn moeder bereidt de lievelingsmaaltijd van haar man en net zoals Eva Adam verleidde tot zonde, verleidt nu Rebekka haar zoon tot zonde en Jakob steelt weer een zegen die hem eigenlijk niet toekomt.

Omdat Esau een behaarde kerel is, en Jakob een … nerd, mietje, wat verwijfd misschien, zonder haar en zonder eelt op zijn knuisten, maakt Rebekka een soort huid voor Jakob om zijn vader te misleiden. En het werkt! Izaak trapt er in en zegent Jakob. Rebekka gaat zelfs zover dat zij een eventuele vloek op zich wil nemen.

Waarom? Waarom?

Er zijn diverse redenen als we dit hoofdstuk lezen, en uit al die redenen kunnen we lessen trekken.

  1. Jakob is het lievelingetje van Rebekka.
    Het is als ouder dus niet goed om lievelingetjes te hebben. God heeft dat niet, en ook als ouders hoor je alle kinderen op dezelfde manier te behandelen!
  2. Esau is het lievelingetje van Izaak
    Mannen hebben meer respect voor mannen. Voor uiterlijke kracht. Blijkbaar was dat toen dus ook al zo. En daar is ook niets mee, want zonder die echte kerels was de wereld nooit ergens gekomen.
  3. Esau trok zijn eigen plan
    Tegen de wil van zijn ouders in nam hij zich twee Kanaänitische vrouwen. In Gen. 26:35 staat dat dit een geestelijke kwelling voor zijn beide ouders was.
    Blijkbaar is Isaak toch meer in staat daar overheen te stappen dan Rebekka, en dat blijkt ook wel uit vers 46.

Anderzijds is het ook wel logisch. Deze vaderlijke zegen komt erg overeen met het eerstgeboorterecht, en dat had Esau al verspeeld door de eerdere list van zijn broer. Dus wat zou er gebeurd zijn als Esau niet het eerstgeboorterecht had verkregen, maar wel de vaderlijke zegen?

De zegen

Wat houdt de zegen nu eigenlijk in?

Toen antwoordde Isaak en zeide tot Esau: Zie, ik heb hem tot een heerser over u gesteld, en al zijn broederen heb ik hem tot knechten gegeven, en van koren en most heb ik hem voorzien
Gen. 27:37

In feite is dit het eerstgeboorterecht, want de oudste zoon kreeg een dubbele portie van de erfenis, maar ook de leiding over de familie en werd aangesteld tot een soort van stamrechter. Min of meer dus wat ook hierboven staat.

Maar voor Esau ligt een zwaar leven voor hem.

Zie, ver van de vette streken der aarde zal uw woonplaats zijn, en zonder dauw des hemels van boven. Maar van uw zwaard zult gij leven en uw broeder zult gij dienen. En het zal geschieden, wanneer gij u krachtig inspant, dat gij zijn juk van uw hals zult afrukken.
Gen. 27:39, 40

Maar dus wel de belofte dat hij zich uiteindelijk zal ontworstelen aan het juk van zijn broer.

De gevolgen

De gevolgen zijn nogal desastreus voor de familie. Esau gaat zijn broer haten, en Jakob moet vluchten voor de woede van zijn broer. Dit kan natuurlijk nooit Gods bedoeling zijn geweest, maar Hij beweegt toch mee in de domme dingen die mensen doen. God is een God van relatie, niet van scheiding, dus overal waar scheiding ontstaat is een andere macht aan het werk. Vaak is dat gewoon ons vlees.

Rebekka waarschuwt Jakob en stuurt hem naar haar broer Laban, waar Jakob een koekje van eigen deeg zal krijgen. Maar daar zou hij voorlopig veilig moeten zijn voor de woede van zijn broer.

Voor vandaag

Jakob steelt weer een zegen, maar wat lag er aan ten grondslag? Woorden hebben kracht. Dat weten we allemaal. Soms kunnen mensen onbedoeld iets uitspreken wat je je hele leven bijblijft en wat dus ook je hele leven lang invloed houdt. Dat kunnen zowel zegeningen als vervloekingen zijn, maar we moeten dus zorgvuldig met onze woorden om gaan, zeker als het onze kinderen betreft. Dat betekent echter niet dat we ze niet de waarheid mogen zeggen en we hebben ook de plicht om hen te onderwijzen in wat goed en wat kwaad is. Daar hoort straf van tijd tot tijd ook bij, we leven nu eenmaal in een gevallen wereld.

En zelfs een gestolen zegen is een zegen, hoe krom dat voor ons misschien ook lijkt. Laten we echter niet vergeten dat Esau in eerste instantie zelf afstand deed van zijn eerstgeboorterecht (Genesis 25). Onbezonnen? Waarschijnlijk wel. Zonder gevolgen? Zeker niet!

“Bezint eer ge begint”, dus denk na, zelfs als je honger hebt. Zeg niet zomaar iets toe waar je later spijt van zult krijgen. Dat bord linzensoep had hij zonder afstand te doen van zijn eerstgeboorterecht vast ook wel gekregen van zijn broer.

Maar laten we niet vergeten dat Jakob “bedrieger” betekent. Wat een bijzondere naam als grondlegger van Israël… maar hij was er dan ook nog niet, hij moest nog een hele worsteling met God doorstaan voordat hij klaar was om die naam te dragen, en in de tussentijd leerde ook hij nog een paar pittige lessen…

 

 

Leave a comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *