Isaäk bij de Filistijnen

Genesis 26

23
mrt

Genesis 26

De geschiedenis herhaalt zich

Er kwam weer een hongersnood. Blijkbaar overwoog Isaäk om ook naar Egypte te vluchten, maar de Here verscheen hem en zei dat hij in Gerar moest blijven, dus Isaäk bleef in Gerar.

En ook is er weer gedoe over een (mooie) vrouw en ook Isaäk valt in de fout door te zeggen dat zijn vrouw zijn zuster zou zijn. We kunnen hier in ieder geval al zien dat het niet leren van de geschiedenis niet iets van de laatste tijd is, maar dat het de mensheid al vanaf het begin parten speelt. In Gen. 26:7 staat dat hij dezelfde overweging maakt als zijn vader twee keer deed en dat hij uit lijfsbehoud kiest om te liegen over zijn vrouw.

En toch is er een verschil, want de mannen blijven toch met hun vingers van Rebekka af. Dat blijkt uit Gen. 26:8 als Abimelek hem er op betrapt dat hij aan het “minnekozen” is met Rebekka. Minnekozen is een woord wat wij niet meer gebruiken, maar beminnen lijkt me een duidelijke afleiding hier van, waarbij niet gelijk aan seks gedacht moet worden, want hij deed het in het openbaar. Maar blijkbaar deed hij wel iets wat alleen tussen man en vrouw gebruikelijk is (of hoort te zijn is tegenwoordig misschien beter), want Abimelek ziet direct dat het zijn vrouw moet zijn. Er worden tegenwoordige diverse betekenissen aan het woord gegeven, maar het ging hier in ieder geval duidelijk om een handeling die niet plaats hoort te vinden tussen broer en zus.

Abimelek wordt boos op Isaäk, want het had dus zo maar kunnen gebeuren dat een van de mannen met haar naar bed was gegaan en dan zou Isaäk schuld over hen hebben gebracht. Blijkbaar was huwelijkstrouw dus ook bij de Filistijnen een belangrijk iets. De vrouw van een man was niet beschikbaar voor een andere man! (Gen. 26:10). Maar Abimelek gaat een stap verder en neemt Isaäk en Rebekka in bescherming door te zeggen dat iedere man die hen aanraakt gedood zal worden. Daarmee neemt hij de angst bij Isaäk weg, zodat deze weer gewoon zijn leven kan gaan leiden.

De geschiedenis herhaalt zich ook als het om het land gaat

Dat doet hij in Genesis 26:12. Hij zaait het land in en oogst honderdvoudig doordat de Here hem zegent. Zo werd hij gaandeweg rijker en rijker, tot hij heel erg rijk was geworden. Hij werd zo rijk dat de Filistijnen jaloers op hem werden (Gen. 26:14).

Waarom is mij niet duidelijk, maar de Filistijnen hadden alle putten die zijn vader Abraham had geslagen weer dicht gegooid. Het land was dus onvruchtbaar geworden. Abimelek wil dat Isaäk vertrekt uit de stad omdat hij veel machtiger was geworden dan de Filistijnen. Isaäk gaat in het dal van Gerar wonen en graaft alle putten van zijn vader weer open en gaf ze ook hun oude namen weer terug. Ook graaft hij nog een aantal nieuwe putten en daar ontstaat twist over, want de Filistijnen willen die putten hebben. Bij één van de putten staat de bijzondere opmerking dat het een put met levend water was, en toen ontstond de twist met de Filistijnen. Daarom noemt Isaäk die punt Esek, twist.

Ook over een andere put ontstaat strijd en die noemt Isaäk Sitna, “strijd” of “worsteling”.

Hier zien we feitelijk precies hetzelfde als wat er nu in Israël gebeurt. De Filistijnen hebben de putten van Abraham dicht gegooid, waardoor het land onvruchtbaar werd. Isaäk wordt gedwongen om daar te gaan leven, gaat aan de slag en maakt de grond weer vruchtbaar en dan willen de Filistijnen het opeens weer terug hebben.

Israël was in 1900 grotendeels woestijn en moeras. In 1901 begon een groep vooruitstrevende Joden met het opkopen van grond in de toenmalige regio Palestina. Let wel, dat was geen land, maar een streek. Zij begonnen met het planten van bomen en het bewerken van het land. Vervolgens werd het land Israël door de Volkerenbond (de voorloper van de VN) aan het Joodse volk terug gegeven en werd de staat Israël opgericht. Maar nog steeds betaalden Joden hoge prijzen voor de grond (en dat gaat nog door tot de dag van vandaag!). Zij gingen aan de slag, werden door de Here gezegend en maakten het land vruchtbaar. En nu willen de Arabieren het terug en is er strijd tussen Israël en zogenaamde Palestijnen (een om politieke redenen verzonnen bevolkingsgroep, want feitelijk zijn  het Arabieren).

Nieuw en toch weer oud…

Wat nog niet gebeurt is in het Midden-Oosten conflict is dat Isaäk in Gen. 26:22 uiteindelijk een put slaat waar geen twist over ontstaat. Voorlopig willen de Palestijnen dat Israël volledig van de kaart verdwijnt en hebben alle Palestijnse organisaties dit, en velen daarbij ook de uitroeiing van het Joodse volk, in hun handvesten staan.

Isaäk gaat naar Berseba. Zijn vader Abraham ging daar in Gen. 21:33 al wonen, dus feitelijk keert hij naar huis terug. Zien we in deze eerste hoofdstukken van Genesis niet hoe mensen rondzwerven over de aarde, maar uiteindelijk toch vaak weer naar hun oorsprong terug keren? Ik hoor het ook wel van mensen om me heen, maar tegelijkertijd zie ik ook veel mensen die juist nooit terugkeren naar hun “roots” en de rest van hun leven blijven wonen waar ze door keuzes of omstandigheden terecht zijn gekomen.

Maar… de Here verschijnt hem in de nacht en Isaäk bouwt een altaar voor de Here in Berseba, spande daar zijn tent en liet zijn knechten ook daar een put graven.

Vervolgens zien we weer iets wat wel heel actueel is. Abimelek komt naar Isaäk, terwijl hij hem haat en heeft weggestuurd (Gen. 26:27). In tegenstelling tot wat de Palestijnen nu doen, erkent Abimelek dat de Here met Isaäk is (Gen. 26:28) en willen ze een verdrag met Isaäk sluiten.

Helemaal eerlijk is Abimelek niet, want in Gen. 26:29 claimt hij dat zij hem enkel goed gedaan zouden hebben, maar hij heeft Isaäk weggestuurd en zijn herders hebben ruzie gezocht over de putten. Maar Isaäk gaat daar maar niet op in (zwijgen is soms de verstandigste keuze) en richt een maaltijd aan.

Profetisch?

Ook in de toekomst zal Israël een vredesverdrag sluiten, waarschijnlijk een verdrag van 7 jaar. Er zijn wel opmerkelijke uitspraken geweest in tijden van spanning. Zo vroeg een journalist aan een Palestijnse terrorist waarom hun rakketten zo vreselijk inaccuraat waren en of zij zo slecht mikten. Het antwoord was “Onze raketten zijn wel goed, maar hun God verandert de richting van onze raketten in de lucht. Hij verklaarde dat hij zelf had gezien dat een door hem afgeschoten raket opeens een andere kant op ging en in onbebouwd gebied terecht kwam zonder schade aan te richten.

Als nuchtere christen denk ik dan dat als je zo’n duidelijk bewijs ziet dat je tegen een machtiger God vecht dan de jouwe, dat je je toch ter plekke meteen zou bekeren? Dat je gelijk de grens over rent om die God van Israël te leren kennen en dat je je hopeloze strijd tegen zo’n machtig God gelijk op zou geven.

Maar Isaäk stemt blijkbaar in. Dan volgt iets aparts. Isaäk richt eerst een maaltijd aan. Ze aten en dronken (en sliepen?) en pas de volgende morgen zweren ze elkaar de eed. Isaäk deed hen vervolgens uitgeleidde en ze gingen in vrede van hem heen. Abimelek had een vergelijkbaar verbond eerder met zijn vader Abraham al gesloten in Genesis 21. Alleen bleef Abraham toen wel bij Abimelek wonen.

Weer een put!

Water is natuurlijk een kostbaar goed in het Midden-Oosten en we lezen in Gen. 26:32 weer dat de knechten van Isaäk een put hebben geslagen en water hebben gevonden. Isaäk noemt deze put Seba, wat “een eed” betekent. Waarschijnlijk ter herinnering aan de eed die hij kort daarvoor met Abimelek had gezworen. De naam van de stad die daar gevestigd is, is dus Berseba, wat “put van de zevenvoudige eed” betekent.

Kinderen als kwelling

Esau, de behaarde, nam Jehudit (“Jodin” of “geprezen”) tot vrouw. Zij was de dochter van de Hethiet Beeri (“mijn put”) en Basemat (“specerij”), dochter van de Hethiet Elon (“terebint” of “machtig”). Dit waren twee vrouwen uit het Kanaänitische geslacht en daarom een verbittering voor zijn ouders. Zijn opa, Abraham, had zich juist zoveel moeite getroost om een vrouw voor Isaäk te vinden uit zijn eigen maagschap (Gen. 24:4). Esau gaat volledig zijn eigen gang en neemt wel twee vrouwen uit Kanaän tot vrouw.

Hier zien we ook dat de geestelijke vermenging met andere volken dus al niet goed wordt gekeurd. Waarom zou het anders een kwelling zijn Isaäk en Rebekka? Dit geestelijke onderscheidt zien we tegenwoordig onder christenen ook steeds verder vervagen en we halen massaal, onder leiding van christelijke politici, geestelijke vijanden ons land binnen. Niet alleen hier, maar bijvoorbeeld ook in Handelingen 17:26 wordt daar duidelijk over geschreven. Onlangs had ik een kort debat online met een “christelijke spreker”, die het standpunt heeft dat de grenzen wagenwijd open zouden moeten en dat we iedereen maar binnen moeten laten, want de Bijbel zegt dat wij ‘lief’ moeten zijn voor de vreemdeling, en het zou onmogelijk zijn om aan de grens te selecteren wie “goed” en wie “slecht” is.

Naar mijn mening is dat een onbijbels standpunt, mede op basis van bovengenoemde teksten, maar ik heb er al eerder over geschreven. Abraham misdroeg zich in Egypte en werd met zijn hele hebben en houden de grens over gezet. Ook hier bij Isaäk zien we weer dat de Filistijnen een andere moraal in de omgang met vrouwen hebben dan hij zelf gewend is. Bij zijn eigen volk zou natuurlijk lang en breed bekend zijn dat Rebekka zijn vrouw was, en dat respecteerde men. De Filistijnen gingen daar, gezien zowel de angst van zijn vader als van hem, toch wat anders mee om.

Voor vandaag

Tja, kom ik er toch weer op terug dat de vermenging van volken in mijn ogen een onbijbels standpunt is. Ja, we moeten mensen opvangen die vluchten voor oorlog en geweld, maar het is bekend dat het overgrote deel wat nu ons land binnen komt geen echte vluchtelingen, maar vooral “gelukszoekers” zijn. En dat kan ons volle land nu eenmaal niet aan. Ik weet natuurlijk niet wanneer u dit leest, maar ik schrijf dit in 2020. We hebben een tekort van ca. 300.000 woningen, wachtlijsten voor sociale huurwoningen lopen in het hele land de spuigaten uit, er wordt amper gebouwd, en de problemen die “vluchtelingen” veroorzaken nemen hand over hand toe. We lezen dagelijks in de kranten over steekpartijen, geweld, agressie, ziektes, noem maar op. Het aantal Nederlanders in de bijstand is historisch laag, maar toch is de bijstand gegroeid. De “vluchtelingen” doen een bovengemiddelde aanspraak op zorg.

En ja, het is Bijbels om te zorgen voor echte vluchtelingen en daar sta ik ook 100% achter. Maar we moeten op de een of andere manier de gelukszoekers er uit pikken en deze niet toelaten. En wat we in de Bijbel ook steeds zien: Als de situatie in hun eigen land ten goede veranderd en het weer veilig is om terug te gaan, moeten ze ook gewoon terug gaan om hun eigen land weer op te bouwen.

Leave a comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *